Week 3

Week 3

Dag 15, maandag 18 juni, Soldotna > Bearview > Hope Road.

Vannacht heeft het geregeld flink geregend, voordeel van de daarbij horende bewolking is dat het behoorlijk donker was, ik heb afgelopen week de doos waar de bbq inzat verknipt zodat we de twee dakramen in cabover en keuken nachts bijna lichtdicht kunnen maken zo krijgen we nog een klein beetje het idee dat het nacht is.
We starten wat later vanmorgen want we worden pas om 09:30am bij Talor Air Service verwacht en die zitten maar op 4 mijl vaan onze overnachtingsplek.
Het is iets voor 09:00am als we ons in het kantoor melden, de dame verwijst ons naar de cabin bij de waterkant waar we verdere mededelingen zullen krijgen en eventueel nog regenkleding n laarzen kunnen lenen.
De boot waar we mee gaan varen blijkt een pontonboot soort catamaran) te zijn met dak en wanden dus extra regenkleding is niet nodig.
Iets na 09:30am kwam ons vliegtuig aanvaren net terug van een groep vissers overbrengen, eerst even bijtanken en dan mogen we instappen en gaan we op weg.
We kregen even Schiphol en starten via de polderbaan gedachten want we moesten eerst een flink stuk taxiën voor het gas er op ging en we de lucht in konden.
Beetje schokkerige vlucht door turbulentie bij zowel het verlaten van het land an aan de overkant toen we weer boven land komen.
We vliegen boven een aantal melkwitte rivieren die worden duidelijk gevoed door glacierwater, onze gids voor vandaag (Dan) geeft aan dat er een Brown Bear in de rivier loopt en als het vliegtuig een bocht maakt zien we hem aan de rechterkant weg lopen.
We landen op Wolverine Lake en leggen aan bij een aantal visbootjes van Talon Air en onze pontonboot, onze gids haalt een van de vissersbootjes op en meert die naast de drijver van het vliegtuig, hier stappen we allemaal in en varen vervolgens naar onze boot.
Die kan door zijn dak niet aanmeren bij het vliegtuig vandaar deze actie.
Terwijl Dan naar de boot loopt zien we hem een flink stuk wegzakken in de grond, wat dus geen grond blijkt te zijn maar een 3 tot 4 feet dikke plantenmassa die op het water drijft of vastligt op de bodem van het meer waar het ondiep genoeg is, het meer is maar 5 tot 10 feet diep wat betekend dat men op veel plaatsen gewoon kan staan.
We gaan op weg met de boot en varen naar Wolverine Creek deze komt van een hoger gelegen meertje wat door smelt en regenwater gevoed wordt dit is dus helder water.
Als we er aankomen ligger er al 8 vissersbootjes op een rij met op ieder boot vier vissers en een gids, de zalm zit vandaag redelijk verspreid, want alle bootjes vangen vis als de zalm gaat lopen wat betekend dat ze de stroomversnelling van de kreek opgaan, vangen alleen de voorste 2 bootjes vis, er is dan een afspraak dat na een bepaalde tijd wordt gewisseld.
De voorste boot licht het anker en sluit weer achter aan zo krijgt iedereen kans om wat te vangen.
Als de zalm gaat lopen komen ook de beren met zijn alle tevoorschijn want dan kunnen ze de vis gemakkelijk vangen tussen de rotsen van de stroomversnelling.
Het aantal vissen is per “run” verschillend tussen tientallen en tienduizend tallen ook de duur van zo’n “run” verschilt van 20 minuten tot meerdere dagen, het is dus een kwestie van geluk wat men zal aantreffen.
Nu is er geen “run” en geen beer te zien, deze komen wel regelmatig kijken of er wat te vangen/eten is.
Na een poosje krijgt onze gids van een ander boot te horen dat er achter ons een zwemmende beer zit bij een van de planteneilanden, anker op omdraaien en op weg.
Het is een vrij jonge ( 4 á 5 jaar) mannetje , die voor onderzeeboot speelt hij zoekt onder water naar iets eetbaar en dan steken alleen beide oren boven water uit, hij klimt ook regenmatig op het eilandje.
Het hoe en waarom wordt al vlug duidelijk, de vissersbootjes varen regelmatig naar dit eilandje en fileren daar de gevangen zalm, het afval, kop en graten en ingewanden worden in het water gegooid en dat weten de beren die komen zo aan een gemakkelijk maaltje.
Hij duikt het visskelet op en klimt op het eilandje om het daar op te peuzelen.
Op een gegeven moment zwemt hij naar de kant en gaat aan land om een dutje te doen.
We maken een rondje over het meer op zoek naar meer beren maar komen alleen een mooi waterval tegen.
Er zitten hier trouwens ook weer veel Bald Eagle’s waarbij de nog niet volwassen dieren in de meerderheid zijn.
We varen weer terug naar Wolverine Creek en hebben nu geluk na een kleine 5 minuten komt er een beer tevoorschijn maar die blijkt niet alleen te zijn, in haar kielzog komen er 3 cub’s tevoorschijn mama komt naar beneden tot het begin van de stroomversnelling en de 3 kleintjes volgen haar keurig en blijven op een gegeven moment met zijn drieën naast elkaar zitten en zelfs op hun achterpootjes staan dat zijn natuurlijk de beste foto momenten.
Er is jammer genoeg geen ”run” aan de gang en dus geen vis in de stroomversnelling wat mama doet besluiten om weer te vertrekken na een kleine 2 minuten is de pret al weer over.
Zalmen zijn in zo’n “run” net schapen en moet er eerst 1 over de dam en dan volgt de rest vanzelf.
Onze duikbootbeer is weer terug dus weer vlug de andere kant op, er hebben net 2 bootjes hun zalm schoon gemaakt waardoor hij even bezig is om alle karkassen op te vissen we kunnen hem dan ook uitgebreid zien eten, Annie weet er zelfs een filmpje van te maken.
We gaan na een korte P-pauze weer naar het begin van de kreek, onderweg krijgen we een gefileerde zalm aangereikt en gaat de bbq aan voor een heerlijk stukje vis, wat een verschil tussen een stukje diepvriesvis een eentje die een kwartier geleden nog rondzwom.
We blijven bij de kreek liggen maar krijgen helaas geen beer meer te zien, terug naar de bootstalling waar een paar minuten later ook ons vliegtuig landt, weer via de andere boot overstappen en dan de lucht in terug naar Soldotna.
We hebben de hele dag regen gehad soms veel soms wat gespetter maar nooit droog, als we terug vliegen zien we de bergen op de Kenai Peninsula vol in de zon liggen, naar mijn idee is het aan die kant van Cook Inlet de hele dag droog geweest.
Terug aan land eerst de thermoskleding uit, die was vandaag echt wel nodig, en daarna gaan we nog een stuk rijden.
De Sterning Highway oost weer op die wordt over een lengte van 22 mijl opgeknapt wat niet voor zijn tijd is, want er zitten een paar heel slechte stukken tussen, die hadden we van de week niet gezien omdat we toen de gravel road langs Skilak Lake gereden hebben.
Na nog een stuk van de Seward Highway slaan we af naar Hope Road en draaien daar gelijk een grote parkeerplaats op die ligt voor de weg verscholen achter een strook bos dus lekker rustig, er staat al een camperbus Mercedes sprinter type en later komen er nog twee auto’s een met vrachttrailer er achter en een met een caravan er achter, zo sta je zelfs op dit soort plekken niet alleen.
Campground: Parking langs Hope Road. Kosten $ 0,00
Vandaag gereden: 130,2 kilometer.
Getankt: niet.

Dag 16, dinsdag 19 juni, Hope Road > Palmer.

Gisteravond zijn we vergeten de wekker te zetten, het was vanmorgen dan ook al 08:30am toen we uit bed kwamen.
We zullen het wel nodig gehad hebben en wat de dagplanning aangaat is het geen probleem, want dit is een dag zonder vooraf geplande invulling.
Het is 09:25am als we wegrijden, op het gemak richting Hope met onderweg een paar fotostops met zicht op Turnagain Arm waar het zo te zien nog afgaand water is.
Hope is een van de oude Gold Rush stadjes waar in tijdens de hoogtij dagen de bevolking soms maar 150 man telde en het volgende jaar weer 10.000 afhankelijk van een nieuwe vondst, tegenwoordig wonen er rond de 200 mensen.
Er wordt nog steeds goud gevonden en er zijn een paar gebieden aangewezen waar men ook recreatief mag goudpannen.
Ondanks dat Hope aan het water ligt heeft het geen haven dat heeft te maken met het ondiepe water van de Turnagain Arm, voor Hope zie je bij laagwater bijvoorbeeld een grote modder vlakte (denk aan de slikken in Ooster en Westerschelde en de Waddenzee), de enige mogelijkheid is met een platbodem en dan bij hoogwater.
Gelijk achter Hope gaat de weg over in een State Campground en dan kan men niet meer verder overigens een mooie campground met allemaal verharde (asfalt) plekken.
We rijden dezelfde weg terug en zien in het stadje zelf een Moose mama met jong waar we nog net een foto van konden maken voor ze een bocht omging naar de volgende tuin om van de bloemen te snoepen.
Weer op Seward Highway gaat het oost richting Anchorage, als we ter hoogte van Girdwood rijden zie ik ineens een vreemde beweging in het water en zo kunnen we het fenomeen wat ze hier een Bore tide noemen meemaken.
Een Bore tide is de opkomende vloed die botst op het nog afgaande water in Turnagain Arm hierdoor ontstaat een soort vloedgolf deze snel de Arm binnenrollende golf kan bij een gunstig tij wel tot 6 feet hoog zijn soms kan je er ook surfers of paddelborders om mee zien rijden.
Als de golf bij Anchorage begint kan het 5 uur duren voor hij vlak voor Portage het eind van de Arm bereikt men kan er dan mee meerijden en hem zo vanaf verschillende viewpoint steeds opnieuw bekijken.
Wat we nu zagen was een golf van 1 á 1,5 feet hoog niet meer zo spectaculair want het is aan het eind van de gunstige getijde wat net als bij ons met de maanstand en springtij (hoogwater) en giertij (laagwater) te maken heeft.
We besluiten om door te rijden naar de campground in Palmer waar we vorige week ook gestaan hebben, daar kunnen we alle electronica weer eens goed opladen, de was doen want we hebben drie machines en hopelijk kan Annie daar haar verslag weer compleet krijgen met foto’s.
Wel nemen we onderweg nog even de Reindeer Farm mee want die ligt op de route maar hebben we vorige week overgeslagen in verband met de regen.
Dwars door Anchorage ruilen we de Seward Highway op voor de Glenn aka Parks Highway oost, beide wegen beginnen in Anchorage met milepost 0 we nemen de afslag naar de Old Glenn Highway en volgen die naar het Reindeer Farm.
We betalen de intree en vermoeden dat ze ons beide de senior korting hebben gegeven, normale toegang is $ 11,00 X 2 = $ 22,00 en wij waren $ 18,00 kwijt, $ 4,00 korting lijkt ons wat veel maar we doen het er voor.
We kunnen gelijk aansluiten bij een van de rondleidingen, er wordt uitleg gegeven over de geweien hoe en hoe snel die groeien en hoe gevoelig ze in de groeiperiode zijn en daarna mogen we een ren in waar een groep van deze dieren lopen.
Iedereen die dat wil mag een bakje met voerbrokken pakken en de dieren voeren en aanhalen, de dieren zijn heel tam en komen gelijk aanlopen zodra we de ren inkomen ze weten natuurlijk dat er wat te eten valt, als alle bakjes leeg zijn gaan de meeste dieren weer ergens liggen, wachten op de volgende groep denk ik.
Verder lopen er 1 Bizon, 1 Yak, 1 Moose, en en koppel Elk met een kleintje van een week oud maar die ligt helemaal achter in de wei alleen de 2 volwassen dieren staan bij het hek en de bull laat zich graag voeren waarbij hij het liefst paardenbloemen krijgt.
Eigenlijk kan je dit nog het beste vergelijken met en soort kinderboerderij, wat ons opvalt is dat het er net zo’n bende is als bij iedere oude farm met een heleboel oude rommel verspreid over het terrein.
Na een klein uurtje hebben we het wel gezien er rijden we door naar de campground, waar we weer zelf een plek uit mogen zoeken.
Alles aansluiten en dan eerst de beide vuilwatertanks legen en de schoonwatertank vullen zodat we er weer een poosje tegen kunnen zonder hookup’s, er worden 3 machines met was gevuld, zo hebben we weer voldoende schoon ondergoed en vanavond een lekker fris gewassen bedje.
Vanmorgen hadden we nog veel bewolking met nu en dan een paar spetters maar in de loop van de middag wordt de lucht steeds blauwer wat natuurlijk wel inhoud dat de nachten weer lichter zullen zijn.
Campground: MTN View Palmer, kosten $ 40,00 full hookup en wifi.
Vandaag gereden: 150,8 kilometer.
Getankt: niet.

Dag 17, woensdag 20 juni, Palmer > Talkeetna.

Ook vandaag starten we rustig, 07:30am uit bed en 08:50am waren we onderweg, eerst even tanken en dan naar de Walmart in Wasilla dit is de grootste in Alaska, mooie winkel, Annie slaagde zelfs nog voor een paar kleedjes en volgens haar was er niet eens veel prijsverschil met de Lower 48, nog even in het tuingedeelte gekeken en wat daar opviel was dat er veel groente planten aangeboden worden er wordt hier veel zelf gekweekt en verwerkt voor winter consumptie.
Hetzij door in te vriezen maar ook nog veel door de groente te wecken/blancheren we hebben al in verschillende winkels grote stoomketels en weckflessen gezien, niet meer zoals vroeger bij ons met rubberring en klem deksel maar met metalen schroefdeksel.
Wat veder opviel was de hoge prijs voor hangingbaskets en pot met 3 geraniums en een petunia in het midden moet zomaar $ 35,00 opbrengen.
Na de boodschappen even overleg wat we gaan doen, het wordt een rondje door de polder, we starten met de Knik-Goose Bay Road in de hoop een en ander van Knik Arm te kunnen zien dat viel tegen er is maar een viewpoint langs het de 17 mijl.
De weg eindigt op een vliegveld en als je niet op de borden let sta je zo midden op de startbaan wat best link is want in de 5 minuten dat wij er stonden gingen er 2 vliegtuigjes de lucht in.
Rijden we dezelfde weg terug of gaan we via de Burma Road naar Big Lake Road en het gelijknamige meer, Burma Road is gravel maar we wagen het er op wat we tot op heden aan gravelroads gedaan hebben lag er heel goed bij.
Ook Burma Road is geen probleem het eerste stuk is wat smal zodat je liever geen tegenliggers hebt maar wel goed onderhouden, daar waar hij wat meer in het bos licht wel wat vochtig omdat er geen zon bij kan maar geen plassen, ondanks dat het een gravelroad is komen we toch om de paar honderd meter wel een zijweggetje naar een huis of cabin tegen er wonen hier best veel mensen.
Wat we ook tegen komen is een Moose waar we een paar foto’s van kunnen maken voordat ze het bos instapt als er dan een paar auto’s langs komen is het helemaal gedaan.
Bij Big Lake stoppen we even op een State Recreation Area voor een paar foto’s, dit was volgen ons het enige stukje wat publiek toegankelijk is de rest is weer allemaal private.
Bij Houston draaien we de Parks Highway op richting Talkeetna, wat hier opvalt zien de vele vuurwerk verkoopplekken met enorme parkeerterreinen, het schijnt dat Houston een van de weinige zoniet enige plek in Alaska is waar men legaal vuurwerk mag verkopen.
We zoeken een parking op voor de lunch, mooi op tijd want niet veel verder komen we in een enorm lang wegwerk uit waar we weer met een pilot car doorheen worden geleid.
Bij de afslag naar de Talkeetna Spur Road hebben ze een tijdelijk wegverlegging gemaakt daar zijn ze bezig om een nieuwe metalen duiker onder de weg te leggen de hele weg ligt er daar een meter of 3 diep uit.
We nemen de afslag en rijden naar Talkeetna, net voor met het plaatsje inrijdt is er bovenop een heuvel een viewpoint die bij goed weer uitzicht geeft op Denali, we parkeren en lopen naar het viewpoint voor foto’s waarbij we in eerste instantie de verkeerde berg in de gaten houden als die zijn top laat zien lijkt hij niet zoveel hoger dan de rest, kan wel kloppen want even later meld de echte ”High One” zich.
Alleen de top komt boven de wolken uit de rest blijft verscholen maar wat een schitterend zicht is dat zeg, we maken dan ook flink wat foto’s.
Verder naar Talkeetna, daar is het even zoeken naar een parkeerplek die zijn er niet zo veel zeker niet voor grote campers, we vinden een day parking waar we $ 5,00 moeten betalen en lopen naar Mainstreet.
Het is erg druk hier, Talkeetna staat ook bij verschillende Cruiseline’s op het programma waardoor r zeker 8 bussen bij het station staan, maar ook bijna alle parkeerplekken zijn bezet.
Er wonen hier 800 tot 900 mensen het hele jaar rond maar in de zomer groeit de bevolking aan tot 5.000 mensen waarvan de meeste werkzaam zijn voor de toeristen, behalve de vele giftshop’s zijn er zeker 5 bedrijven die rondvluchten aanbieden en ook verschillende bedrijven die rondvaart, raft en vistochten aanbieden.
We doen een rondje over Mainstreet kijken bij het rail road station en bezoeken het Historical Museum waar we een en ander opsteken over het ontstaan van de plaats toen de rail road werd aangelegd en dit een van de district hoofdkantoren was, ook het ontstaan van de rondvluchten en het beklimmen van Denali worden hier belicht.
Na nog van een heerlijk ijsje te hebben genoten verlaten we het stadje om een overnachtingsplek te zoeken.
Hoewel het ondertussen behoorlijk bewolkt is geraakt draai ik toch het viewpoint weer op en tot onze verbazing is Denali nu veel beter te zien dus worden er weer de nodige foto’s gemaakt, hierna zoeken en vinden we een plek om te overnachten.
We lopen nu eigenlijk een dag voor op schema en gaan morgen waarschijnlijk een deel van de Denali Highway bekijken.
Campground: Parking langs Talkeetna Spur Road, kosten $0,00
Vandaag gereden: 209,1 kilometer.
Getankt: Palmer, 33,160 gallon á $ 3,299

Dag 18, donderdag 21 juni, Talkeetna > Denali Highway.

Gisteravond rond 10:00pm kwam er ineens een camper vlak voor ons staan en starten die  gelijk de generator, deze heren waren duidelijk niet op de hoogte van de ongeschreven boondock etiquette.
Je gaat niet op een plek staan waar al iemand staat en als het niet anders kan ga je zover mogelijk weg staan en meld je ook even aan de al aanwezige personen dat je blijft staan en je start zeker geen generator alleen maar om de airco te gebruiken.
We hebben even de beide slideouts in getrokken en zijn zover mogelijk naar de andere kant gereden zodat we minder last hadden van het lawaai.
We lagen nog maar net op bed of moesten er al weer uit om een grote muggenjacht te houden waar ze vandaan kwamen blijft een raadsel maar het waren er heel veel, ons ingespoten met DEET en toen lukte het redelijk vlug om in slaap te komen.
Vanmorgen waren we om 07:35am uit bed en rond 08:40am waren we onderweg, met lichte regen en zware bewolking.
Terug naar de Parks Highway en deze oost/noord op, onze eerste stop is in het Denali State Park bij Viewpoint South, van de hoge berg is helemaal niets te zien deze gaat volledig schuil achter een wolkendek, de bergen op de voorgrond zijn wel goed zichtbaar en gaan op de foto.
Volgende stop is de POW-MIA restarea met het memorial voor de militairen uit Alaska die bij verschillende acties zijn omgekomen.
Ook op Denali viewpoint North laat de berg zich niet zien, we rollen verder richting Cantwell en maken nog verschillende fotostops.
Omdat we het plan hebben om langs de Denali Highway te overnachten en de tank al half leeg is moeten we eerst even tanken, daarvoor bezoeken we de roversbende in Cantwell, $ 4,239 per gallon waar we gisteren nog $ 3,299 kwijt waren.
De Denali Highway op dit is een gravelroad maar staat ondanks dat niet op het lijstje van Four Seasons als verboden te rijden, terwijl hij bij ander verhuurders wel als verboden staat aangegeven zelfs bij de meeste autoverhuurders.
We stoppen bij een mooi meertje voor de lunch, kon nergens een naam vinden van dit meertje misschien te klein voor een naam want in de Milepost staat hij aangegeven als Pond (vijver).
Na de lunch rijden we door tot aan de Brushkana River hier vinden we het mooi genoeg, ondanks dat de weg er best goed bij ligt is het toch constant een geschok en gerammel wat best vermoeiend is.
Bij deze rivier is ook en BLM campground en day-use area met verschillende hike trails.
Na een korte pauze draaien we om en rijden terug naar onze lunchlocatie om daar te overnachten, we ontspannen wat met een boek en een puzzel.
Tegen 05:00pm stopt er een auto met caravan, de dame laat even 2 honden uit en als we denken dat ze weer terug wil rijden blijkt ze te draaien en om nog geen 5 meter van onze camper te stoppen, als ik aan haar vraag waarom ze zo dichtbij moet staan terwijl er honderden ander plekken langs deze weg zijn krijg ik geen fatsoenlijk antwoord en maakt ze een foto van onze kentekenplaat , ze geeft aan dat ik haar lastig val en dat ze de politie gaat inschakelen, dat wordt leuk laat maar komen ben benieuwd wat die van de situatie vinden, overigens zal ze hiervoor wel weg moeten want er is hier helemaal geen cell-phone ontvangst.
Wij staan hier goed en zijn niet van plan om weg te gaan voor een zuurpruim.
Campground: Boondock langs Denali Highway, kosten $0,00
Vandaag gereden: 279,3 kilometer.
Getankt: Cantwell, 23,589 gallon á $ 4,239

Dag 19, vrijdag 22 juni, Denali Highway > Denali National Park.

Gisteravond kwam er nog een truckcamper achter ons staan wel op een redelijke afstand, hij stond eerst een stuk verder op een open plek maar schijnbaar is men hier bang om alleen te staan.
Na een paar kleine buitjes gisteravond heeft het vannacht behoorlijk geregend, er is bij het opstaan dan ook geen enkele berg te zien door de laaghangende bewolking.
De zuurpruim is al vertrokken als we opstaan wel met achterlating van een paar (lege) plasticzakken.
Het is 09:05am als we vertrekken, eerst nog een stukje Denali Highway en dan de Parks Highway noord weer op richting Denali National Park.
Dat is maar een kort stukje en het is dan ook nog maar 10:00am als we ons melden bij het Wilderness Access Center om onze campgroundplek voor 3 nachten en bustickets voor morgen  op te halen, beide heb ik op 1 december zodra dat mogelijk was al online gereserveerd.
Men krijgt geen plek toegewezen maar kan kiezen uit de nog vrije plekken in een van de 3 loops waar deze campground uit bestaat, wel mag je alleen kiezen uit de plekken met een bepaalde letter, A voor > 30ft, B voor < 30ft en C voor tent.
Wij hebben een A en daar zijn er niet zo gek veel van vandaar de vroege reservering.
We rijden de eerste loop (Bear) op en vinden er een hele ruime nog vrije plek, er kunnen 2 voertuigen naast elkaar staan voor de mensen die nog een auto meeslepen erg gemakkelijk voor ons niet nodig maar de ruimte is natuurlijk wel lekker.
We klemmen het papier wat we meekregen aan de sitepaal en daarmee is deze plek de volgende 3 nachten voor ons.
Voor we naar het Visitorcenter rijden kijken we eerst even bij het dumpstation, mooi schoon en ruimte voor 3 campers tegelijk om te dumpen.
In het Visitorcenter bekijken we een mooie opstelling met het wildlife wat men hier kan vinden, geen opgezette dieren maar mooi nagemaakt met kunststof, ook is er een duidelijk 3D plattegrond van het volledige park.
Hierna rijden we het park verder in tot zover dat mag met eigen vervoer, 15 mijl tot aan de Savage River, je komt ook niet verder zonder permit, want er is daar een rangerhokje wat bemand is.
Jammer genoeg is er daar erg weinig parkeergelegenheid en staat alles vol dus na een paar foto’s rijden we op het gemak terug.
De lucht klaart op zelfs zover dat we denken dat Denali misschien wel tevoorschijn kan komen, we rijden het park uit en een stuk terug daar hebben we een parking gezien met Denali zicht, daar waar je deze berg moet zien hangt alleen maar bewolking terwijl de rest redelijk blauw is, de berg houd de bewolking als een mantel om zich heen.
We gebruiken de lunch op deze parking en rijden dan naar de rest area bij Nenana Canyon net na de brug over de Nenana River, naast de highway bridge ligt ook een voetganger/fietserbrug deze lopen we op voor wat foto’s.
Nog een klein stukje naar het noorden hier liggen over nog geen mijl afstand een heleboel bedrijven die puur van Denali National Park bestaan, het is dan ook alleen maar open van mei tot eind september de rest van het jaar is het een soort van spookstad.
Een groot deel van de mensheid wil toch graag luxe want je kan er over de koppen lopen, het is tussen Wasilla en Fairbanks dan ook de enige locatie waar men stoplichten tegenkomt.
We draaien om en rijden terug naar de campground waar we heerlijk in de zon gaan zitten het is hier uit de wind zelfs bijna heet te noemen.
Morgen is het vroeg dag want we hebben de bus van 06:00am en worden om 05:45am bij de opstapplek verwacht.
Wildlife van vandaar een stuk of 5 konijnen onderweg en in het park en een heleboel eekhoorns op de campground, hopelijk krijgen we morgen meer te zien.
Campground: Riley Creek Campground, kosten $ 30,00, geen hookup zowel pit als flustoilet, dumpstation en watertap bij winkel.
Vandaag gereden: 150,3 kilometer.
Getankt: Cantwell, niet.

Dag 20, zaterdag 23 juni, Denali National Park.

Kort nachtje vandaag iets voor 05:00am gaat de wekker, aankleden en gelijk gaan rijden, op de campground mag de generator pas na 08:00am gebruikt worden daarom rijden we eerst naar het busstation om daar het ontbijt te maken.
Nog even van het toilet gebruik maken en om 05:45am staan we bij de pick-up plek voor de Eielson transit bus die komt om 06:00 aanrijden en mogen we instappen nadat de chauffeur de huis/bus regels heeft uitgelegd.
Het is in principe een shuttlebus hierbij is de chauffeur niet verplicht om als gids te spelen of te stoppen als er wildlife gespot wordt maar beide zullen wel gedaan worden, alleen zal de uitleg onderweg niet zo uitgebreid zien als bij de tourbussen.
Dat is dus eigenlijk een duur praatje want een transitbus naar Kantishna (de langste trip) kost $ 60,00 doe je die met een tourbus dan mag je $ 208.00 aftikken.
We gaan op weg en komen na een paar mijl al ons eerste wildlife tegen een Moose die langs de kant van de weg van de frisse blaadjes staat te snoepen, bij de Savage Campground pikken we nog een paar mensen op, dan komt bij de Savage River een parkranger even de bus in om een praatje te houden.
Als er dieren gespot worden mogen er trouwens alleen lenzen buiten de busramen steken, geen armen of hoofden en uitstappen voor een foto is zeker niet toegestaan.
Bij de Teklanika River is de eerste P-pauze en kan men vanaf een platform foto’s maken van de rivier met als men geluk heeft ook wildlife, helaas deze morgen niet.
Wat verderop is het wel raak 3 Brown Bears (Grizzly) een moeder met 2 jaarlingen, vervolgens komen we bij de Polychrome overlook waar we een korte fotostop hebben.
Voor we bij de volgende stop komen zien we een valkennest met drie jongen er in, als we de reststop bij Toklat River opdraaien zien we 4 Dall Sheep hoog op de berghelling.
Het weer is ondertussen flink achteruit gegaan zware bewolking met af er toe wat regen.
We zien een groepje Caribou en even later weer een moeder Brown Bear met 2 jongen van bijna 2 jaar oud en daarna weer een groepje Caribou nu op een stuk sneeuw.
We komen op het eindpunt,het Eielson Visitorcenter het is ondertussen opgehouden met zachtjes regenen en de bewolking zit zelf onder op in het dal.
We overleggen even, men kan hier 3 verschillende trails lopen en dan een latere bus terug nemen maar het slechte weer doet ons besluiten om gelijk mee terug te gaan, na een goed half uur gaan we weer op weg.
We zien een Red Fox met twee pups die aan het spelen zijn, als we op de plek komen waar we op de heenweg de tweede groep beren zagen zien we nu een grote kudde Caribou het zijn zeker wel 100 dieren. In de buurt van de Toklat River zien we weer en groep Dall Sheep meer dan de vorige groep en ook een stuk lager.
Na een wat langere stop bij de Toklat River reststop waarbij men de bookstore kon bezoeken gaan we weer op weg naar beneden we zien nog een Golden Eagle naar beneden duiken en even later met een grondeekhoorn weg vliegen, die heeft eten voor zichzelf of zijn jongen.
Van de week had ik mezelf al afgevraagd wat die koperen buizen bij de metalen duiker voor nut hadden, daar kreeg ik vandaag het antwoord op.
Gedurende de winter vriezen die duiker volledig dicht met ijs, als het dan in het voorjaar gaat dooien smelt de sneeuw en het ijs in de open lucht veel sneller dan in de duikers gevolg is dat water over de weg loopt met mogelijk erosie van de weg en bermen.
Zodra het begint te dooien gaan ze met een auto met heet water en een brander op pad, men sluit een slang aan op de koperen leidingen die in de duiker zitten en jaagt er stoom in op zo het ijs in de duiker te smelten en de duiker vrij te maken.
Men plaatst ook palen op het hart van de duikers om ze zo te kunnen zien/vinden niet alleen om ze te ontdooien maar ook om te voorkomen dat ze met de sneeuwploegen beschadigt worden.
Weer terug bij het busstation rijden we naar de campground en ontspannen de rest van de middag, ondanks dat men niet zelf moet rijden is zo’n dag toch erg vermoeiend vooral omdat men constant in de rondte kijkt op zoek naar wildlife.
Campground: Riley Creek Campground, kosten $ 30,00, geen hookup zowel pit als flustoilet, dumpstation en watertap bij winkel.
Vandaag gereden: 9 kilometer.
Getankt: niet.

Dag 21, zondag 24 juni, Denali National Park.

Vanmorgen gelijk weggereden van de campground daar mogen we pas om 08:00am de generator gebruiken en we willen de Savage River Loop trail gaan lopen, daar is maar weinig parkeer mogelijkheid en door vroeg te gaan zullen we gemakkelijker een plekje kunnen vinden.
We zijn nog maar 3 mijl onderweg als een van de tourbussen midden op de weg stilstaat bij C-Camp dat is een complex met medewerker behuizing.
We krijgen een Moose te zien en als de bus doorrijdt en wij wat dichterbij kunnen komen zien we er ook een kalf bij lopen, een goed begin van de dag zullen we maar zeggen.
Een paar mijl verder komen we een ruime parking tegen en daar maken we ons ontbijt als we weer verder rijden staat er vlak voor Savage Campground alweer een tourbus stil met de knipperlichten aan, we zien niet gelijk wat daar moet zitten/staan/lopen omdat het zicht geblokkeerd wordt door struikgewas, wel zien we aan de mensen in de bus dat het aan de rechterkant moet zijn.
De bus rijdt een paar meter door om ook andere mensen in de bus de gelegenheid te geven om een foto te maken en dan zien we een Moose Bull staan, als de bus verder rijdt kunnen ook wij wat foto’s maken.
Het parkeerterrein bij de Savage River Bridge is op 2 personenauto’s na leeg we parkeren de camper zo dat we niet ingesloten kunnen worden en doen de wandelschoenen aan en een fleecevest aan want het is fris, de regencape gaat in de rugtas, want je weet het nooit hier.
De Savage River Loop trail is 2 mijl, 3,2 kilometer lang volgens de folder, bij terugkomst geeft Annie haar fitbit minder aan.
We starten onze ochtend wandeling en worden begeleid door het geschreeuw van een paar meeuwen en het gefluit/gekef van een Arctic Ground Squerrel die laatste zullen we onderweg regelmatig tegenkomen want die zitten er hier genoeg.
We beginnen in een brede vlakke vallei waar de rivier via verschillende kanalen doorheen stroomt maar al snel versmalt het dal en wordt de rivier door een stroombed van een paar meter breed geperst waardoor ook de stroomsnelheid van het water veel groter wordt met stroomversnellingen en het daarbij horende geluid.
Het eerste stuk hebben we wind tegen en eigenlijk spijt dat we de handschoenen niet mee hebben, want het is een koude wind.
Ik voel me hier gelijk helemaal in mijn element want het is hier een schitterende rotstuin op reuze formaat maar wel met de miniplantjes die in een rotstuin horen, prachtige puinhellingen sommige nog heel jong met weinig plantjes maar ook al oudere hellingen die werkelijk vol staan met planten waarvan een deel ook al in bloei staat, geen volledig gekleurde hellingen maar toch genoeg om een flink aantal foto’s te maken.
Het keerpunt is een voetbrug over de rivier die hierna een canyon ingaat, men kan en mag nog wel verder lopen maar dan is er geen onderhouden pad meer en moet men cross country een eigen weg vinden.Wij beginnen aan de andere kant van de rivier aan de terug weg, dat is met de wind nu in de rug en stuk aangenamer.
De planten/bloemen zijn aan deze kant wel een stuk minder komt door de ligging ten opzichte van de zon maar ook omdat de bergen hier wat verder van het pad afliggen.
We speuren ook constant die hellingen af want er kunnen hier Dall Sheep lopen maar dat geluk hebben we niet vandaag.
We komen bij het eindpunt en steken bij het rangerhokje via de verkeersbrug de rivier weer terug over naar ons startpunt.
Terug rijdend zien we geen wildlife meer en we rijden in een keer naar het beginpunt van onze volgende trail.
De Horseshoe Lake Trail een 3,2 mijl, 5,1 kilometer lange trail met een hoogte verschil van 250ft, 76 meter, de afstand is wel gemeten van het Visitorcenter en wij starten bij de spoorwegovergang dat zal een 500 meter korter zijn.
De eerste paar honderd meter volg je de spoorrails om deze dan over te steken en het bos in te gaan, eerst een stukje heuvel op en dan via trappen van boomstammen met gravel er tussen naar beneden, dat wordt een flinke klim op de terugweg.
Eenmaal beneden komen we al vlug de bewijzen van bever activiteit tegen, er komen een heleboel om geknaagde bomen tegen allemaal populieren en niet de kleinste er zitten er tussen van meer dan 30 centimeter doorsnee, zulke grote stammen kan een bever niets mee maar zo kan hij wel bij de kleinere takken die hij weer kan gebruiken als bouwmateriaal en voedsel.
Een zijpad brengt ons bij de dam of eigenlijk dammen die de dieren gebouwd hebben om het waterpeil te regelen, knap stukje werk voor een paar van de kleine dieren.
De burcht (woning) hebben ze tegen de kant van het eiland in het meer gemaakt en niet een losse burcht midden in het meer zoals je vaak ziet.
Waar het meer zijn water vandaan krijgt is niet echt duidelijk in ieder geval geen kreek die er op uit komt wel zien we verschillende kleine stroompjes mogelijk dat die voor voldoende vers water zorgen, hij watert via de beverdam af op de naast gelegen Nenana River.
Aan wildlife zien we alleen een eenzame eend in het meer verder niets.
De terugweg is een behoorlijke kuitenbijter met al die trappen terug op, als men de bevers zelf wil zien zal men deze trail vroeg in de morgen of ’s avonds wat later moeten maken, op zich niet echt een probleem in deze tijd van het jaar want het is bijna 24/7 licht hier.
Voor we naar de campground rijden stoppen we even bij het dumpstation en leeg ik de grijswatertank en vul de schoonwatertank want die gaf bijna leeg aan, kosten voor gebruik van het dumpstation zijn $ 5.00 en gratis als men op een van de campgrounds binnen het park verblijft.
De rest van de middag ontspannen we wat en doen een klein dutje, na het eten krijgen we nog een onverwacht maar wel mooi toetje er lopen heel op het gemak 2 Moose over de campground gewoon tussen de campers op gemak knabbelend van de struiken.
Twee prachtige nog jonge dieren waarschijnlijk jaarlingen die net door moeder de wacht zijn aangezegd, zal dus mogelijk een tweeling zijn.
Ze trekken zich nergens wat van aan en lopen in een heel rustig tempo de hele loop over om aan de achterkant van de campground weer in het bos te verdwijnen.
Campground: Riley Creek Campground, kosten $ 30,00, geen hookup zowel pit als flustoilet, dumpstation en watertap bij winkel.
Vandaag gereden: 47,8 kilometer.
Getankt: niet.

terug vooruit